Autochtonie, cultuur en geschiedenis; Het glibberige pad van de identiteit
Sinds 1989 definieert de overheid immigranten als allochtonen. Dat spraakgebruik raakte bijzonder snel ingeburgerd; de term kreeg zelfs grote emotionele lading. In de volgende jaren werd het ideaal van culturele integratie, desnoods onder dwang, met steeds meer verve verdedigd. Een voor de hand liggende vraag is of ‘allochtoon’ en ‘culturele integratie’ goed samengaan. Maar een dieper liggende vraag is hoe de Nederlanders, die van de weeromstuit ineens ‘autochtonen’ zijn geworden, daar vorm aan kunnen geven. Culturele integratie vereist dat nader gedefinieerd wordt in wat dan wel geïntegreerd moet worden. Is er een ‘autochtone’ cultuur? Kan die vastgelegd worden? Geen wonder dat de kwestie van ‘de’ Nederlandse identiteit een heet hangijzer werd, zoals prinses Maxima tot haar verrassing ervoer toen ze een ware rel ontketende met een onbevangen speech bij de uitreiking van het WRR rapport Identificatie met Nederland (sept. 2007). Het is bijna ironisch dat in die context het begrippenpaar allochtoon /autochtoon zo’n grote rol te spelen kreeg, want juist die tweeslag heeft een lange geschiedenis van verschuivende betekenissen die op verschillende plaatsen in de wereld en verschillende momenten in de geschiedenis tot grote verwarring leidden, vaak zelfs met gewelddadige gevolgen.
Print
| Bestel De Gids #8 |
Bladwijzer & Delen


Ten slotte het diner
RSS-feed