Bij dit nummer
Hedendaagse debatten over openbare cultuur in Nederland leunen sterk op de tegenstelling tussen een (onder vuur liggende) elitaire geletterde cultuur en een zich almaar uitbreidende populaire, op entertainment gerichte massacultuur. Zo muntte de schrijver Atte Jongstra tijdens een avond in De Rode Hoed in Amsterdam afgelopen april de term het ‘eliteraire tijdschrift’. Jongstra deed daarmee een gebruikelijke constatering – namelijk dat met de opkomst van digitale media het einde in zicht is gekomen van papieren publicaties –, maar suggereerde daarbij dat deze ontwikkeling bijzonder pijnlijke consequenties heeft voor de meer intellectuele en innovatieve varianten van geletterde cultuur, waar literaire tijdschriften in zekere zin symbool voor kunnen staan. Voor deze publicaties, zo is de suggestie, zal deze technische verandering gepaard moeten gaan met een substantiële bijstelling van hun verwachtingen en ambities, in het bijzonder aangaande hun bereik, zowel in inhoudelijke als economische zin: ze zouden moeten erkennen dat hun publiek zich niet meer anders laat definiëren dan als een (krimpende?) culturele elite. Hoewel er inderdaad allerlei aanleidingen zijn te noemen voor dit soort diagnoses, wil De Gids met dit nummer ruimte geven aan analyses die de stand en toekomst van de openbare cultuur vanuit andere intuïties en andere aannames verkennen. Het verschil tussen serieuze en populaire cultuur, en in het verlengde daarvan het onderscheid tussen volk en elite, kan namelijk ook overschat worden, en verdient wellicht minder ontzag en respect dan waarmee het nu vaak gehanteerd wordt.
Print
| Bestel De Gids #3 |
Bladwijzer & Delen

Waarheid is nodig maar niet genoeg in de republiek der letteren
RSS-feed