Brusselse facades
Niemand heeft in de afgelopen decennia veel van Brussel gehouden. De Vlamingen niet, ook al maakten zij van die vreemde tweetalige enclave op hun grondgebied hun hoofdstad en de zetel van hun deelregering. De Walen niet, die hun residentiestad in arren moede maar in Namen vestigden, zoals Duitsland ooit Berlijn voor Weimar en nog weer later voor Bonn opgaf. De Belgen niet, omdat die – zoals de Waalse socialist Jules Destrée zo’n honderd jaar geleden schreef – nu eenmaal niet, of in ieder geval niet meer bestaan. En de Brusselaars zelf niet, omdat zij de stad die in de grijsgezongen woorden van Jacques Brel nog rêvait, chantait en zelfs bruxellait, gedurende een halve eeuw prijsgaven aan het verval van een geforceerde modernisering. Het buitenland houdt niet van Brussel omdat het in die naam het synoniem hoort weerklinken van een bovenstatelijke albedil wiens kosmopolitische glans danig is verdoft. En de buitenlanders die er wonen niet omdat zij met hun gedachten blijven vertoeven in hun vadersteden, waarheen het meer welvarende deel van hen schielings terugvliegt zodra dat mogelijk is.
Print
| Bestel De Gids #6 |
Bladwijzer & Delen


Opvouwbaar stadsplan in vijf delen
Een bezoek aan New York
RSS-feed